Verstoring of stoornis?

Print Friendly

Een verstoring

Een verstoring van de seksuele ontwikkeling is een probleem als gevolg van de beperkingen of van factoren in de omgeving. Er kan gezocht worden naar mogelijkheden om de verstoring op te heffen door pedagogische ingrijpen, door medisch ingrijpen of er zal gewerkt moeten worden aan acceptatie. Tevens kan een verstoring optreden als iemand niet goed begrepen wordt in zijn behoeftes en mogelijkheden. Gezocht kan worden naar een andere benadering.

Een stoornis

Er is sprake van een seksuele stoornis als deze voldoet aan criteria die genoemd worden in de DSM-V of DM-ID. Seksuele stoornissen vragen om behandeling door een gedragsdeskundige, psycholoog, orthopedagoog, psychotherapeut, seksuoloog, psychiater of AVG (arts verstandelijk gehandicapten). Behandeling kan bestaan uit EMDR (storytelling) of gedragstherapie wanneer er sprake is van een trauma of van angst of dwang. Medicamenteuze behandeling kan kortdurend rust brengen. Het bestrijdt de symptomen, maar neemt de bron van de symptomen niet weg.

Bij bepaalde syndromen worden seksuele of gedragsstoornissen vaker gezien. Behorend bij het beeld betekent echter niet dat het geen behandeling behoeft.

Stoornissen bij het ontdekken met de mond

  • Pica: eten van oneetbare stoffen
  • Rumineren: ophalen van voedsel uit de maag
  • Trauma door jarenlang eetproblemen, sondevoeding

Bekijk het thema Verkennen met de mond

Stoornissen bij het verkennen van de anus

- Encopresis (niet specifiek voor mensen met EMB): “Zich herhaald ontlasten op daartoe niet bestemde plaatsen (bijvoorbeeld in kleding, op de vloer) al dan niet opzettelijk.”
De DSM V geeft als criterium dat er pas over Encopresis gesproken kan worden vanaf een leeftijd van minimum kalenderleeftijd vier jaar oud (of een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau). Er wordt aangenomen dat controle over de blaas te verwachten is bij kinderen vanaf 4 jaar. Dit zou betekenen dat er geen sprake zou kunnen zijn van Encopresis bij mensen met EMB (met ontwikkelingsleeftijd lager dan twee jaar). Dat zou dus ook betekenen dat mensen met ernstige verstandelijke beperkingen nooit zindelijk zouden kunnen worden. In de DM-ID (2007) staat beschreven dat zindelijkheidstraining ook bij mensen met ernstige verstandelijke beperking succesvol kan zijn. In de DM-ID is daarom het criterium leeftijd aangepast voor mensen met een ernstige en diepe verstandelijke beperking.

Encopresis kan bij mensen met een ernstige verstandelijke beperking vanaf een kalenderleeftijd van minstens 10 jaar worden vastgesteld. Bij mensen met een diepe verstandelijke beperking kan het worden vastgesteld vanaf een kalenderleeftijd van minstens 16 jaar.

Bekijk het thema Sensaties van de anus

Stoornissen bij het ontdekken van de geslachtsorganen

  • Erectiestoornis
  • Opwindingsstoornis
  • Orgasmestoornis, masturbatie zonder orgasme, terwijl dat wel gewenst is, frustratie
  • Objecten in de vagina stoppen, dit kan echter ook te wijten zijn aan een vaginale infectie
  • Chronische bekkenpijn, (Chronic Pelvic Pain Syndrome CPPS) 

Bekijk het thema Ontdekken van het geslacht

Stoornissen in lichamelijk contact

Bij mensen met EMB kunnen gedragingen voorkomen die lijken op parafilieën: seksuele gedragingen die afwijken van de heersende norm. Denk aan exhibitionisme, seksuele opwinding door voorwerpen (fetisjisme), seksueel gedrag zonder instemming van de ander (iemand ongewenst aanraken) of in het openbaar masturberen.

Een parafilie kan juist bij mensen met EMB voorkomen omdat ze vanwege een stagnatie in de ontwikkeling soms maar één fijne ervaring hebben in de seksuele ontwikkeling. Deze ervaring blijft hangen en krijgt de voorkeur. Bijvoorbeeld een knuffel of stukje stof kunnen object zijn geworden van opwinding. Heersende normen en waarden zijn ondergeschikt aan de “lovemap” (wat iemand fijn vindt in seksueel opzicht). Dit zet zich bij normaal begaafden vast rond het 6e levensjaar

Om te kunnen beoordelen of het inderdaad om een stoornis gaat, moet men eerst drie aspecten nader onderzoeken:

  1. Begrijpt de persoon in kwestie de heersende waarden en normen? Kan hij/zij begrijpen dat het gedrag niet acceptabel is? Het antwoord op deze vraag is voor mensen met EMB vaak ‘nee’.
  2. De gedragingen kunnen te wijten zijn aan een syndroom of het kan zelfstimulerend uitdagend gedrag zijn.
  3. Wees voorzichtig bij mensen die niet in staat zijn om hun behoeften en verlangens te verbaliseren.
    - Ongewenst aangeleerd gedrag
    - Gedrag aangeleerd door misbruik
    - Het gedrag kan een gevolg zijn van een medisch ongemak (bijvoorbeeld jeuk in de luier)

Bekijk het thema Lichamelijk contact

Stoornissen die te maken hebben met de sekserol

Genderidentiteitsstoornis

  • Om een genderidentiteitsstoornis te kunnen diagnosticeren bij een persoon met een verstandelijke beperking, moet diegene zich bewust zijn van sekserollen en –identiteit en moet zich bewust kunnen zijn dat hij/zij niet tevreden is met de toegewezen rol en identiteit. Dit zijn zulke abstracte concepten, dat mensen met EMB dit niet kunnen bevatten.
  • Daarnaast is het erg waarschijnlijk dat deze doelgroep niet wordt gestimuleerd op dit gebied. Ze krijgen vaak geen invloed op wat zij willen aantrekken of welke activiteiten zij ontplooien (zoals soort hobby of werk). Hierdoor krijgen zij niet de mogelijkheid om te laten blijken dat ze eigenlijk iets anders willen dan de sekserol die hun wordt aangemeten.
  • Als ontevredenheid wordt geuit, heeft het vaker ermee te maken dat de persoon het er niet mee eens is dat hij/zij als een kind wordt behandeld, dan dat hij/zij er niet mee eens is te worden behandeld als man/vrouw.

Bekijk het thema Sekserol

Stoornissen in verliefdheid en relaties

  • (Uitgestelde) rouw
    overlijden of vertrek van een groepsgenoot of belangrijke ander.
  • Een trauma
    Een trauma kan veroorzaakt zijn door langdurige ziekenhuisopnames, operaties met veel pijn, verlieservaringen en met seksueel misbruik. Mensen met EMB zijn niet in staat te vertellen wat ze mee gemaakt hebben en als traumatisch kunnen hebben ervaren. Ze kunnen niet vertellen dat ze er blijvend hinder van ondervinden en een basisgevoel van veiligheid missen.
    Door middel van EMDR met storytelling kan het trauma te behandelen zijn. Dit vraagt individuele aanpassingen. Gebruik maken van vingerbewegingen is vaak niet mogelijk door een visusstoornis, maar tikjes of tappen is een goed alternatief.
  • Angst en dwang
    Mensen met EMB kunnen angstig zijn omdat ze zich onveilig voelen in de aanwezigheid van bepaalde mensen of omdat ze gevoelens in hun lijf niet begrijpen. Ze kunnen zich daardoor afwijkend gaan gedragen of dwangmatig bepaalde handelingen uitvoeren om grip te houden. Doorbreken van gedragingen kan een kans krijgen als er een betekenisanalyse en functie-analyse wordt gemaakt. Hierop kan een behandelplan worden gemaakt met bijvoorbeeld EMDR of gedragstherapie.

Bekijk het thema Verliefdheid en relaties

Wat is EMDR met storytelling?
EMDR staat voor Eye Movement Desensitisation and Reprocessing. Het is een behandeling voor trauma’s en angsten die bewezen effectief is gebleken (evidence based). Door beide hersenhelften te activeren met afwisselend rechts-links vingerbewegingen, geluiden of tikjes, op tappen op de handen of de benen wordt het werkgeheugen overbelast en worden herinneringen met een emotionele lading anders opgeslagen. Hierdoor heeft men minder last van de bijbehorende emotie. Bij mensen met EMB wordt net als bij jonge kinderen gekozen voor storytelling: de ouder of begeleider vertelt het verhaal met de nare gebeurtenissen, terwijl de psycholoog of therapeut de afleidende stimulus (meestal tikjes of taps) aanbiedt. Zoek bij de Vereniging EMDR Nederland naar een EMDR therapeut met kennis van mensen met EMB.