Mensen met EMB

Print Friendly

Wie zijn mensen met EMB?

Han Nakken en Carla Vlaskamp (2007) hebben de vier basiskenmerken omschreven. Om de heterogeniteit aan te geven spreken ze van een spectrum waarbij deze personen in meer of mindere mate deze kenmerken kunnen hebben.

  • Een ernstig verstandelijke beperking, een IQ onder 35 of een ontwikkelingsleeftijd onder 24 maanden. Niet of nauwelijks kunnen communiceren met woorden, gebaren of (aan)wijzen. Gelet moet worden op de context en kleine veranderingen in lichaamshouding, spierspanning, gelaatsuitdrukking, geluiden beweging, deze signalen moeten in overleg met direct betrokkenen van een interpretatie worden voorzien
  • Een ernstig motorische beperkingen als quadriplegie, spasticiteit niet of nauwelijks kunnen voortbewegen armen en benen niet of nauwelijks functioneel kunnen gebruiken (teveel, te weinig of wisselende spierspanning) niet of nauwelijks kunnen kauwen en slikken (sondevoeding) afhankelijk zijn van een rolstoel en de volledige verzorging van de ouders en begeleiders
  • Vaak  ernstige zintuiglijke beperkingen (visus, gehoor, reuk, tast, evenwicht) en prikkelverwerkingsstoornissen
  • Veel of regelmatige gezondheidsproblemen (zoals ademhalingsproblemen, reflux, epilepsie, contracturen in de gewrichten, scoliose, bijwerkingen van medicatie, psychische problemen)

“Mensen met EMB hebben het recht om te participeren in de samenleving, maar dan wel samen met iemand die hun signalen goed kan lezen.”

Wat hebben mensen met EMB nodig?

  • Tijd om alert te worden, de aandacht te kunnen richten en om te kunnen reageren
  • Het samen uitvoeren van handelingen (faciliteren van bewegingen)
  • Aandacht voor variatie in houding en voor bewegen (met hulp)
  • De mogelijkheid  om op enige wijze invloed uit te oefenen, met een geluidje of beweging van hoofd, hand of been
  • Alertheid op signalen van pijn, overprikkeling of onderstimulatie
  • Respectvolle verzorging
  • Kansen  om iets te leren en zich te kunnen ontwikkelen of om teruggang in ontwikkeling  tegen te gaan
  • Kansen om met anderen deel te nemen aan de samenleving