In gesprek met ouders

Print Friendly

In gesprek gaan met ouders over de seksualiteit

Hulpverleners vinden het vaak moeilijk om het gesprek over seksualiteit met ouders of verwanten aan te gaan. De kans is groot dat men het gesprek uitstelt of uit de weg gaat.Om die drempel te verlagen gaan we in op vragen als ‘Hoe begin je dit gesprek?’ en ‘Hoe zullen ouders hierop reageren?’

De voorbereiding

De context bepalen van een gesprek over seksualiteit

Als je van plan bent om een gesprek aan te gaan met ouders, kan je een aantal punten nalopen ter voorbereiding

  • Wat ga je bespreken met ouders. Met andere woorden wat is het doel van het gesprek: wil je bij ouders informeren wat zij zien of hoe zij erover denken, wil je informatie geven aan ouders, is er een signaal van seksueel gedrag of is er een seksueel probleem dat je met ouders wil bespreken om samen een plan van aanpak te maken?
  • Wie stelt de vragen?
    • Afwegingen om dit te bepalen kunnen zijn:
      • De aanleiding om over dit onderwerp te spreken, zoals lichamelijke beperking door een arts of fysiotherapeut of emotioneel functioneren door de gedragsdeskundige of praktische vragen door de persoonlijk begeleider
      • Wie weet het meeste over dit onderwerp?
      • Wie heeft het beste contact met de familie?
  • Wanneer worden de vragen gesteld?
    • De seksuele ontwikkeling kan al bij de intake/opname ter sprake gebracht worden. Ouders of familie worden zich hierdoor ervan bewust dat seksualiteit een gespreksonderwerp is. Als de ouders in een later stadium vragen hierover hebben, zal de drempel lager zijn.
    • Het wordt aangeraden om vaste afspraken binnen een organisatie te maken over wanneer het onderwerp wordt besproken.
  • Hoe worden die vragen gesteld?
    • Praat met ouders over dit onderwerp op de manier zoals je altijd met hen praat
    • Let op waar je het gesprek voert: privacy is gewenst
    • De manier waarop vragen worden gesteld hangt af van het doel van het gesprek.
  • Aan wie worden die vragen gesteld?
    • Bedenk hierbij of je beide ouders of één van de ouders hierover wil spreken. Het kan bij (allochtone) ouders bijvoorbeeld wenselijker zijn om vragen over de seksualiteit van de dochter aan de moeder te stellen. De keuze die hierin wordt gemaakt kan invloed hebben op wie het gesprek gaat voeren: een gesprek met een moeder kan soms beter gevoerd worden door een vrouwelijke hulpverlener.

De eerste stap

Hoe begin je het eerste gesprek met ouders over seksualiteit?

Voor ouders kan het prettig zijn om voorafgaand aan het gesprek al te weten dat seksualiteit een onderwerp is wat besproken wordt.

Wat meestal niet werkt:

  • Meteen op het doel af gaan (maar dat kan natuurlijk afhangen van de ouders. Als ze zelf heel direct zijn, vinden ze het mogelijk juist prettig)
  • Om het onderwerp heen draaien zonder het te benoemen. Het onderwerp niet aan te durven snijden omdat je je er ongemakkelijk bij voelt of bang bent voor de reactie van ouders. Dit gevoel van ongemak zal door ouders opgepikt worden.
  • Het onderwerp blijven uitstellen tot zich een situatie aandient die erover praten noodzakelijk maakt. Uitstellen kan leiden tot afstel.
  • Té open over seksualiteit praten kan betekenen dat je niet sensitief voor de gevoelens van anderen bent waardoor je over grenzen van anderen heen gaan. Dit is niet bevorderlijk voor het gesprek.

Wat vaak wel werkt:

  • Het onderwerp seksualiteit heeft veel raakvlakken met andere onderwerpen zoals lichamelijke ontwikkeling (zoals tijdens de puberteit), gedrag en stemming, ADL (verzorging, hygiëne) etc. Het voelt in een gesprek logischer als het onderwerp seksualiteit volgt op een dergelijk onderwerp.
  • Vanuit algemene vragen toewerken naar meer explicietere vragen.
  • Benoem onderzoeksresultaten of veelvoorkomende ervaringen van andere kinderen of hun ouders. Dit kan ouders helpen het onderwerp minder vreemd te vinden (bijvoorbeeld: ‘ik ken veel meisjes met EMB die rond hun menstruatie opeens veel sneller geïrriteerd zijn en snel huilen’).
  • Sta erbij stil dat het voor veel mensen een lastig onderwerp is en benoem dit tijdens het gesprek. Leg uit waarom het toch goed is om het te bespreken.
  • Maak het gesprek niet te zwaar. Link het gesprek aan het normale: wat zie je bij kinderen, pubers en volwassenen van dezelfde leeftijd of ontwikkelingsleeftijd.
  • Kondig het onderwerp seksualiteit aan vanuit het beleid van de organisatie: ‘mijn organisatie vindt dit een belangrijk onderwerp en daarom laten we seksualiteit tijdens elke intake aan bod laten komen’.  

Taalgebruik

Waar je vooral op moet letten tijdens het gesprek is dat je taal gebruikt, waar iedereen (zowel ouders als jezelf) zich goed bij voelt en wat iedereen begrijpt.

Vermijd:

  • Verhullende of vage taal (het hoe gaat het dan daar onder)
  • Medische termen
  • Schuttingtaal
  • Kinderlijke of lieve taal

Tijdens het gesprek zijn een aantal aspecten van je houding ten opzichte van de ouders essentieel:

  • Sta open voor andere waarden en normen (zie BOSPAD-methode)
  • Veroordeel niet wat ouders vertellen, maar blijf vragen stellen. Wees nieuwsgierig naar hun standpunt.
  • Wees nieuwsgierig naar hun standpunt.
  • Je moet kunnen uitleggen waarom je het gesprek wil voeren. Bijvoorbeeld waarom wil je met de ouders van een jong kind praten over de seksuele ontwikkeling?

Tip
Vind je het lastig om het gesprek te voeren, oefen dan eerst. Begin thuis met je partner, ga daarna het gesprek aan met een collega als je werkomgeving dit toelaat. Hoe meer je hebt geoefend, des te makkelijker het is om het gesprek met ouders te voeren.